Achtergronden versvoer
Darmstelsel gebit
Als inleiding even een stukje over de
verschillende typen eters:
De natuur heeft voorzien in planteneters
(herbivoren), alles eters (omnivoren) en
vleeseters (carnivoren)
De spijsverteringskanalen van de
bovengenoemde groepen zijn aangepast aan
hun eet gewoontes.
De planteneters hebben een
zeer lang verteringskanaal nodig. Dit
omdat de celwand van een plantaardige
cel uit een cellulose houdende laag
bestaat die alleen door een rijke
darmflora met veel bacteriën doordrongen
kan worden, waarna de voedingsstoffen
vrijkomen en opgenomen worden.
Planteneters hebben veel tijd nodig om
te eten, te herkauwen en te verteren,
hier besteden ze een groot deel van de
dag aan.
De kaken en het gebit van
planteneters zijn ingericht om te
vermalen, een koeiengebit bestaat
behoudens een paar tandjes in de
onderkaak voornamelijk uit gelijkvormige
kiezen bedoeld om te malen.
De vleeseters hebben een
extreem kort verteringskanaal, omdat ze
veel minder tijd hebben om te eten. Zij
hebben de tijd nodig om te jagen, dus
hoe sneller en efficiënter er verteerd
wordt hoe meer tijd er voor het jagen
overblijft. De voedingsstoffen bestaan
uit dierlijke cellen die geen cellulose
in de celwand bevatten, zodat er dus
niet zo'n uitgebreide darmflora nodig is
als bij de planteneters. Ze hebben
echter wel een darmflora en om die van
goede bacteriën te voorzien eten ze
voorverteerde "groenten" uit de maag en
darminhoud van hun prooidieren.
De kaken en het gebit van vleeseters
zijn ingericht om te grijpen en te
"knippen"; een hondengebit kan geen
maalbeweging maken. De onderkaak heeft
alleen de mogelijkheid om recht op en
neer te bewegen. De vleeseter kan dus
niet kauwen, alléén knippen. Hierdoor
komen er dus grote "afgeknipte" stukken
in de maag. Het speeksel van de
carnivoor doet dan ook niet mee in het
verteringsproces, zoals bij de
planteneters, het is louter en alleen
glijmiddel.
De alleseters, zijn wezens die
zowel plantaardig als dierlijk voedsel
eten. Wilde zwijnen en mensen zijn
alleseters.
Het gebit bevat zowel hoek als
snijtanden, maar ook ribbels in de
kiezen. Hiermee kan de alleseter
dierlijk voedsel verscheuren en
plantaardig voedsel vermalen.
Domesticatie
De huishond zoals wij die nu kennen
stamt af van de wolf en is pas relatief
kort geleden door de mens
gedomesticeerd. Ca. 10.000 jaar geleden
werden de eerste honden ingezet door de
mens bij het jagen. Hierdoor zijn er
voor de verschillende doelen die de mens
stelde, verschillende rassen ontstaan,
die schoksgewijs (evolutie gaat met
sprongen, niet geleidelijk) steeds
minder wilde trekken vertoonden. Het
verteringsstelsel is echter in deze tijd
nog nauwelijks veranderd, onze honden
hebben nagenoeg hetzelfde
spijsverteringstelsel als hun voorvader,
de wolf.
Uitvinding van de brok
De honden zijn de laatste 100 jaar
steeds meer van hun taak ontheven.
Vroeger hielden we werkhonden die met de
pot meeaten of gewoon op de boerderij
hun kostje bij elkaar scharrelden. Nu
houden we voornamelijk huishonden die
eigenlijk niets meer hoeven dan te
vertroetelen.
Hier werd door de markt op ingespeeld
met de uitvinding van de brok. Lekker
makkelijk en het gaf de onbewuste
hondeneigenaren het gevoel dat ze goed
voor hun maatje zorgden, niets aan de
hand dus.
Zo lijkt het, maar ondertussen weten we
beter!
De brokken zijn sinds de uitvinding
ervan steeds verder ontwikkeld en de
huidige brok is natuurlijk veel
"gezonder" dan die van 60 jaar geleden,
maar kan c.q. mag niet geproduceerd
worden zonder de ingrediënten te
verhitten tot minimaal boven de 70
graden.
Wat is een brok? Een brok bestaat uit
allerhande ingrediënten, maar heeft
voornamelijk graan nodig om tot een
vormvaste brok te worden. Deze
ingrediënten worden verhit tot 120
graden Celsius, voorzien van kleur-,
geur -,smaak-, en stoffen die de
houdbaarheid verlengen en in
aantrekkelijke vormpjes geëxpandeerd.
Zijn de ingrediënten van een iets
betere, lees duurdere, kwaliteit, dan
kunnen de brokken al na verhit te zijn
tot 74 graden Celsius in een vorm
geperst worden. De verhitting tot
minimaal 70 graden Celsius is een door
de overheid opgelegde regel om
ongewenste bacterie groei tegen te gaan.
Door de extreme hitte en de tijdsduur
van het verhitten vaak wel 3 uur is het
duidelijk dat de meeste essentiële
voedingsmiddelen wel kapot zijn en van
generlei waarde meer, op het moment dat
de brok een brok is geworden.
vertering
De geperste brok zinkt in water terwijl
de geëxpandeerde brok blijft drijven.
Dat kan je makkelijk thuis testen met
een glas water en een scheut azijn boots
je de maagsappen na. Je gooit er wat
brokjes in en kijkt wat er gebeurt. De
drijvende geëxpandeerde brok is door de
maag moeilijk te "kneden" en je ziet dan
ook vaak nog hele onverteerde brokken
terug als een brokken hond een keer over
z'n nek gaat. Kijk ook eens naar de
ontlasting, deze is vaak sterk gekleurd
en ruikt ook overdreven. Dit wordt
veroorzaakt door de toegevoegde kleur-,
geur-, en smaakstoffen.
De geperste brokken doen het hier veel
beter die zinken netjes naar de bodem
van het glas en zo ook in de maag. De
maag kan deze goed "kneden" , ze vallen
mede daardoor makkelijker uit elkaar met
als gevolg dat er een oppervlakte
vergroting ontstaat die gunstig voor het
verteringsproces is. Dit is belangrijk
want let wel het verteren moet
voornamelijk in de maag gebeuren omdat
de carnivoor zo'n kort darmgestel heeft.
De geperste brok is dus te preveren
boven de geëxpandeerde brok vanwege de
lagere temperatuur tijdens de
verhitting, de kwalitatief betere
ingrediënten en de betere vertering in
de maag.
Toch is het nog steeds een
voedingsmiddel waar voornamelijk veel
granen in zitten die met de verdere
chemische toevoegingen al gauw 70% van
de brok belichamen. Granen worden door
de carnivoren niet verteerd en gaan als
het ware zo weer het lichaam uit. Met
andere woorden als je een euro aan
brokken voert, wordt er 70 cent weer
uitgepoept. En door de verhitting zijn
ook hier de eiwitten omgezet naar minder
waardevolle verbindingen.
Er is echter meer aan de hand,
doordat het speeksel van de carnivoor,
lees hond, alleen de functie van
glijmiddel heeft, kan het niets doen met
het zetmeel uit de granen. Dit zetmeel
vormt na verloop van tijd een laagje
tandplak dat op zijn beurt weer overgaat
in tandsteen. Hier merken we weinig van.
Pas als de hond pijn krijgt en uit zijn
bek gaat stinken valt ons iets op. Het
is dan al rijkelijk laat en we moeten op
dat moment ingrijpen door het tandsteen
te laten verwijderen. Echter dat is niet
genoeg! Het tandvlees staat al af en
trekt zich terug en in de ruimte tussen
de tand en het tandvlees zitten nog
steeds de bacteriën die het tandplak
vormen. Als we dit niet ook reinigen en
aanpakken hebben we binnen het jaar weer
een stinkende bek en weer verder
teruggetrokken tandvlees.
Versvlees
In het glaasje met water en azijn zinkt
het stukje versvlees ook naar de bodem,
het kan dus lekker "gekneed" worden door
de maag. Wat wel opvalt is dat het azijn
niet zoveel effect heeft op het vlees.
Voor de vleesvertering is dus een veel
sterker zuur nodig. Een zuur met een ph
waarde van om en nabij 1. Dit is te
vergelijken met zoutzuur. Deze ph waarde
doodt alle bacteriën waar we met z'n
allen zo bang voor zijn. De versvoer
hond is door zijn sterke maagzuur erg
resistent tegen de gevreesde bacteriën.
In het versvlees zitten ook nog eens
geen granen en daar deze de voornaamste
oorzaak zijn van
tandplaque
en
tandsteen,
zullen versgevoerde honden een veel
beter gebit houden. En als de
versgevoerde hond ook nog af en toe eens
een stevige kluif krijgt, wordt ook dit
laatste restje tandplaque er als het
ware afgepoetst.
Verder wordt zijn lichaam niet belast
met alle ongewenste, soms zelfs
kankerverwekkende, toegevoegde middelen
en is het bruikbare deel van de voeding
vele malen groter. Van een euro gevoerd
versvoer wordt slechts 10 cent weer
uitgescheiden. De hond produceert dus
veel minder ontlasting die ook nog eens
bijna niet ruikt. Versvlees bevat
namelijk geen geur-, en smaakstoffen en
al helemaal geen kankerverwekkende voor
de mens verboden stoffen.
Dit voornamelijk omdat de dieren waarvan
het versvoer betrokken wordt ook bij de
mens op het menu staan. Die moeten dus
aan een minimaal aanvaardbare kwaliteit
voldoen.
Dierenartsen
Dierenartsen zijn om reden van de
volksgezondheid ontstaan, zij moesten de
consumptie dieren gezond houden om de
gezondheid van het volk te waarborgen.
Tegenwoordig zijn daar natuurlijk veel
knuffeldieren bijgekomen, maar nog
steeds worden de dierenartsen op de 6
jarige opleiding flink doorgezaagd over
voeding van consumptie dieren, terwijl
er voor de "knuffeldieren" (hond, kat,
cavia, etc.) slechts ca 10 uur verspreid
over 6 jaar opleiding wordt vrijgemaakt.
Deze 10 uur worden vaak ingevuld door de
grote brokken producenten en de
studenten kunnen vaak zelf tegen
inkoopsprijs de brokken kopen om er hun
huisdier van te onderhouden. Slim
aangepakt en voor de arme studenten zeer
aantrekkelijk. Het is daarom niet zo
vreemd dat de meeste dierenartsen al
gauw op de brok vertrouwen. Ze weten er
niet te veel over en eigenlijk is dat
heel normaal. Uw eigen huisarts is ook
geen voedingsdeskundige.
Dierenartsen hebben met veel soorten te
maken, zijn vaak ook tandarts, chirurg,
en gedragsspecialist. Het is echt te
veel gevraagd te verlangen dat ze ook
alles over voeding zouden moeten weten.
Wij zetten ons hier dus niet af tegen
het verwijzen naar de brok door de
dierenarts, maar proberen meer een soort
begrip te kweken waarom het voeren van
versvoer toch zoveel meer de voorkeur
geniet!
|
Versvoer |
|
Brokvoer |
|
- Bevat geen
zetmeel, dus veroorzaakt geen
tandplaque |
|
- ..wie het weet
mag het zeggen |
|
- Bevat geen
lichaam belastende chemicaliën |
|
|
|
- Wordt door
het lichaam voor 90% gebruikt |
|
|
|
- Produceert
weinig niet ruikende ontlasting |
|
|
|
- Voorkomt en
geneest veel chronische
aandoeningen |
|
|
|
- Door een
sterkere ph waarde een minder
bevattelijke hond |
|
|
|
- De merken KKV
zijn zonder meer uit te
wissellen |
|
|
|
- De honden
eten met zichtbaar genot de bak
leeg |
|
|
| - etc etc. |
|
|
.